{"id":8583,"date":"2000-01-07T19:50:09","date_gmt":"2000-01-07T18:50:09","guid":{"rendered":"https:\/\/theologie.whp.uzh.ch\/apps\/gpi\/?p=8583"},"modified":"2025-04-23T17:18:31","modified_gmt":"2025-04-23T15:18:31","slug":"epheser-1-15-20a-2","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/epheser-1-15-20a-2\/","title":{"rendered":"Epheser 1, 15-20a"},"content":{"rendered":"<h3><span style=\"font-family: Arial;\">4. Sonntag nach Epiphanias | 30.1.2000 | Epheser 1,15-20a |<\/span> <span style=\"font-family: Arial;\">Ciska Stark |<\/span><\/h3>\n<p><span style=\"font-size: medium;\">Preek over Efese 1:15-23 <\/span><\/p>\n<p><b>Gemeente van de Heer Jezus Christus, <\/b><\/p>\n<p>In Efese houdt men van zijn theater. Graag gaan de mensen erheen,<br \/>\n-een middagje \u0091uit\u0092- om het spel van liefde en tragiek te zien en te<br \/>\nhoren. Als de mensen kijken en luisteren zien ze immers een spiegel van<br \/>\nzichzelf, spelend op het toneel van het leven. Z\u00e8lf zijn zij voor een<br \/>\nkort moment de hoofdpersoon, verliezer of winnaar, held of heldin. En als de<br \/>\nmensen weer naar huis gaan, dan hebben ze iets beleefd, iets meegemaakt. En<br \/>\nieder neemt na afloop een eigen stukje van het verhaal mee naar huis.<\/p>\n<p><i>Zusammenfassung: In Efesus liebt man das Theater. Es schafft<br \/>\nden Menschen grosse Freude, das Theater zu besuchen und ihr eigenes Leben im<br \/>\nSpiegel zu schauen. Einen kurzen Moment sind sie selberHauptperson ihrer<br \/>\nGeschichte. Und am Ende, nimmt jeder einen eigenen Teil der Geschichte mit nach<br \/>\nHause. <\/i><\/p>\n<p>Precies zoals wijzelf vandaag wellicht een (pop)concert bezoeken.<br \/>\nNog voor je in de concertzaal bent, word je al meegenomen door de sfeer. Een<br \/>\navondje uit. De temperatuur loopt op en de spanning stijgt zodra de sterren het<br \/>\ntoneel opkomen. Een hartelijk applaus, een aanmoediging voor de spelers van het<br \/>\norkest. Vol verwachting wachten we op het welkom, de eerste muziek. En de<br \/>\nbegroeting is wederzijds, al meteen aan de eerste tonen merken we dat het<br \/>\norkest blij is met het publiek: dat ze het fijn vinden om te spelen voor deze<br \/>\nmensen. Al na het eerste nummer voelen we ons opgetild, meegedragen door de<br \/>\nmuziek. De avond kan niet meer stuk. En dagen later nog, als het gewone leven<br \/>\nons weer helemaal in beslag genomen heeft, dan nog klinkt soms heel even in ons<br \/>\nhart de muziek, en maakt ons lichtvoetig, waar we ook gaan.<\/p>\n<p><i>Es gibt ein (Pop)Konzert. Erwartungsvoll gehen wir dahin und<br \/>\nwarten bis der Star auf die Buehne tritt. Schon am erster Ton spueren wir, dass<br \/>\nder Star uns liebt, und dem Publikum Freude machen will. Die Musik erhebt uns,<br \/>\nund einige Tagen spaeter noch schwebt die Musik in unserem Herz und macht uns<br \/>\nfrei und froh, wohin wir auch gehen. <\/i><\/p>\n<p>Zoals een goed concert, zo klinkt ook de muziek van de auteur van<br \/>\nde Efesebrief. Voor mensen die met hooggestemde verwachting luisteren. Voor<br \/>\nmensen die graag luisteren naar iets waarvan ze denken dat ze het zelf niet in<br \/>\nhuis hebben: z\u00f3 mooi spelen, z\u00f3 mooi spreken, z\u00f3<br \/>\nmooi\u0085geloven? Maar ook al zullen zij zelf nooit op het toneel staan, het<br \/>\nmooiste is dat zij na afloop allemaal op hun eigen wijze toch een stukje van de<br \/>\nmuziek in zich meedragen. En in hun hart klinkt het net zo mooi als ze zojuist<br \/>\ngehoord hebben.<\/p>\n<p><i>Wie ein gutes Konzert, hoeren wir die Musik des Autors des<br \/>\nEfeserbriefs. Fuer Menschen zugedacht, fuer Menschen die lauschen koennen, die<br \/>\nerwartungsvoll hoeren. Und das Publikum denkt: so etwas Schoenes kann ich<br \/>\nselber nicht schaffen, nicht sprechen, nicht glauben. Aber das schoenste kommt<br \/>\nnoch wenn sie nach Hause gehen: Jeder tr\u00e4gt ein St\u00fcck Musik weiter,<br \/>\nauf die eigene Weise, und in ihrem Herzen klingt das eben schoener wie je.<br \/>\n<\/i><\/p>\n<p>Het is het begin van een life-concert dat Paulus (zo noem ik de<br \/>\nauteur voor het gemak maar even, hoewel het waarschijnlijk een latere leerling<br \/>\nvan hem geweest is), ons laat horen. Het concert heeft \u00e9\u00e9n doel:<br \/>\nhet is ter bemoediging \u0096als benefiet- voor degenen die luisteren. Opdat<br \/>\nzij kracht, energie, moed opdoen voor hun dagelijks leven.<\/p>\n<p><i>Das Konzert hat auch nur einen Zweck: es ist zur Ermutigung der<br \/>\nHoerer, wie eine Art Benefit fuer die Hoerer. <\/i><\/p>\n<p>Voorzichtig, heel teder en zuiver klinken dan de eerste tonen.<br \/>\nVoorzichtig, om onze oren even te laten wennen, maar tegelijkertijd ook<br \/>\nuitbundig, meteen voluit, niets wordt achtergehouden en het gaat meteen, direct<br \/>\nover onszelf. \u0091Omdat ik gehoord heb van uw geloof in Jezus en uw liefde<br \/>\ntot al de heiligen, daarom houdt ik niet op te danken\u0092. Ja, dankzegging en<br \/>\nverbondenheid draagt de muziek, dankzegging en verbondenheid draagt ook de kerk<br \/>\nin Efese, dankzegging draagt het leven zelf.<\/p>\n<p>En er is reden tot danken, ook al zullen de mensen in de zaal dat<br \/>\nmisschien zelf niet bedacht hebben. Paulus wijst om zich heen; een gemeente die<br \/>\ngelooft en een gemeente waar je iets voor elkaar betekend. Daar ben ik nu zo<br \/>\nblij om, zegt Paulus, dat er midden in Efese, -waar natuurlijk net als vandaag<br \/>\nbij ons de meeste mensen helemaal niet christelijk waren en vrolijk met de<br \/>\nmysteriegodsdiensten meededen, en waar de kerk maar een onbetekenend groepje<br \/>\nzal zijn geweest-: dat het geloof in Jezus en de liefde tot de heiligen nog<br \/>\nbestaat! Paulus dankt voor wat de gemeente IS \u0096gelovig- en voor wat zij<br \/>\nDOET (zij maakt zich druk om de heiligen, dat zijn degenen die omwille van het<br \/>\ngeloof vervolgd werden).<\/p>\n<p><i>Leise klingen die ersten T\u00f6ne. Schon am Anfang trifft<br \/>\n\u0092s uns gleich persoenlich. \u0091Weil ich von eurer Zuwendung zu Jesus,<br \/>\ndem Herrn, und eurer Liebe zu allen Christen gehoert habe, danke ich<br \/>\nGott\u0085\u0092 Der Klang des &#8222;Danke&#8220; traegt die Musik, traegt das ganze<br \/>\nLeben. Paulus (oder: der Autor) schaut herum: ist das kein Wunder, wie bei uns,<br \/>\ndass es noch immer Leute gibt, mitten in unserer Welt, die sich zuwenden zu<br \/>\nJesus, und in der Welt Barmherzigkeit zeigen?<\/i><\/p>\n<p>Ik dank God, zegt Paulus, dat die dragende ondertoon aanwezig is,<br \/>\nen hij zoekt die toon op en haalt \u0091m naar voren, laat goed klinken hoe<br \/>\nbelangrijk het is dat je je daarop richt. Maar, en heftiger wordt de muziek al,<br \/>\noptrommelend haast: ik bid tegelijkertijd dat jullie God ook steeds beter leren<br \/>\nkennen.<\/p>\n<p>\u0091<i>Ich danke Gott\u0092, sagt Paulus, und erhellt diesen<br \/>\nTon. \u0091Aber\u0092, und gleichzetig erhebt sich die Musik, \u0091ich bete<br \/>\ndass ihr ihn erkennen koennt\u0092 <\/i><\/p>\n<p>Ja, daarom gemeente, daarom zijn wij toch ook hier vanmorgen,<br \/>\ndaarom luisteren wij toch steeds weer verwachtingsvol op naar het concert van<br \/>\nde woorden uit de Schrift- omdat we hopen iets van God te leren kennen, te<br \/>\nleren horen en zien in de wereld. Hoewel ieder van ons wel weet dat er ook die<br \/>\ntegenstem klinkt in het koor van mijn leven en in het geweld van de wereld.<br \/>\nZwaar wordt dan de muziek en somber en soms kan ik die toon waar Paulus het<br \/>\nover heeft, die stille stem in \u0092t hart en dat loflied in de mond gewoon<br \/>\nniet meer horen.<\/p>\n<p><i> Deshalb sind wir doch hier, diesen Morgen. Um etwas kennen zu<br \/>\nlernen, etwas zu erwaehnen, von diesem Gott. Auch wenn jeder weiss, dass oft<br \/>\nandere Stimme sich erheben, die Gegenstimmen im Konzert meines Lebens, die<br \/>\nGegenstimmen im Konzert dieser Welt. Finster und schwermuetig sind diese<br \/>\nT\u00f6ne, und ueberstimmen die stillen Stimmen im Herzen und den Lobgesang auf<br \/>\nden Lippen. <\/i><\/p>\n<p>Totdat soms onverwacht opeens een mens of een stem mij weer raakt,<br \/>\nmij weer ontroert, mij weer doet verlangen naar de stem van de Eeuwige, naar de<br \/>\nwoorden van de schrift en de stilte van het gebed. Noem dat maar Geest, heilige<br \/>\nGeest, God die je blijft zoeken. Want God wil zich laten kennen, zingt Paulus.<br \/>\nStukjes van zijn liefde kom je in de wereld tegen, kijk maar, hoor maar. Doe je<br \/>\nogen open, niet alleen de ogen van je verstand, van je ratio, maar open de ogen<br \/>\nvan je hart,: verlichte ogen uws harten. Als je met je ogen alleen kijkt naar<br \/>\ndeze wereld, dan kun je honderdduizend beelden op een dag zien en nog je ogen<br \/>\nervoor sluiten. Maar als je met je hart kijkt, met het licht van Gods Geest,<br \/>\ndan gaat er iets in je leven, dan wordt jou iets gegeven, de diepte van de ogen<br \/>\nwaarmee ook God naar deze wereld kijkt. Het zijn ogen die lachen, ogen die<br \/>\nlijden, ogen die stralen als een kind maar ook ogen waarin de God zo nabij is<br \/>\nals de tranene die erin opwellen.<\/p>\n<p><i>Bis oft unerwartet etwas anderes klingt , ein Mensch, eine<br \/>\nStimme die mich tief bewegt, und die Sehnsucht nach Gott, nach den Woertern der<br \/>\nEwigkeit wieder erweckt. Der Heilige Geist, Gott will sich erkennen lassen. Und<br \/>\nFragmente seiner Liebe und seines Werkes begegnen dir in der Welt. Schau mal,<br \/>\nund sehe mit den Augen des Herzen. Erleuchtete Augen, die sehen durch das Licht<br \/>\nund die Kraft des Geistes. Augen. Das ist die Weise, wie auch Gott selber die<br \/>\nWelt anschaut. Augen des Kindes, die lachen, Augen die spueren, Gott ist so nah<br \/>\nwie die Traene im Auge selbst. <\/i><\/p>\n<p><i> <\/i>En met die ogen en oren van ons hart, daarmee luisteren we<br \/>\nnaar de muziek, die naar het lijkt nu van alle kanten op ons afkomt: in de<br \/>\nliturgie van alle plaatsen en tijden klinkt door:<\/p>\n<ul type=\"disc\">\n<li>degene van het koor van het verleden: de mensen die ons zijn<br \/>\nvoorgegaan en wiens naam op aarde vergeten en weggevaagd wordt, die stemmen<br \/>\nzingen dat er een erfenis klaarligt: een belofte van God: hemelse heerlijkheid.<\/li>\n<li>maar ook uit de toekomst klinken stemmen tegemoet, misschien<br \/>\nzijn dat wel de kinderstemmen, de kostbaarste stemmen die er zijn, die zich<br \/>\nzomaar toevertrouwen en zingen dat er hoop is, hoop die steeds opnieuw gewekt<br \/>\nwordt als mensen die stem van Jezus maar niet vergeten kunnen.<\/li>\n<li>en de derde stem komt van mensen van vandaag- dat zijn wij hier<br \/>\nvanmorgen : en ons zingt het koor van Paulus toe: \u0091hoe overweldigend groot<br \/>\nzijn kracht is aan ons die geloven, naar de werking van de sterkte zijner<br \/>\nmacht.<\/li>\n<\/ul>\n<p><i>Wenn wir so zuhoeren, kommt die Musik dieser Schriftstelle von<br \/>\nalle Seiten auf uns zu. Aus der Vergangenheit: die singt vom himmlischen Erbe.<br \/>\nAus der Zukunft: die Kinderstimme der kommenden Welt, die Hoffnung die immer<br \/>\nwieder erlebt, kraft des Heiligen Geistes. Und eben meine eigene Stimme, die<br \/>\nStimme von heute. Das Chor singt uns zu: \u0091wie ueberwaeltigend gross die<br \/>\nKraft ist, mit der er in uns, den Glaubenden, wirkt\u0092 <\/i><\/p>\n<p>God geeft kracht. Als er \u00e9\u00e9n ding is dat hierin<br \/>\ndoorklinkt en wat werkelijkheid wil worden dan is het dit: GOD GEEFT KRACHT.<br \/>\nDaarom is het ook zo zwaar, zo oneindig zwaar als je dat kwijt bent, je zin om<br \/>\nte leven, je hoop voor de toekomst, als alle kracht is weggestroomd lijkt het<br \/>\nook alsof God is weggezogen uit je leven. Paulus schijnt het ook te weten, hoe<br \/>\ndat voelt, want dan kan hij ook niets anders meer dan terugvallen op die ene<br \/>\ntoon, dat ene wat overblijft: geen mensenkracht maar de kracht waarmee God<br \/>\nJezus heeft opgewekt. Zing dat elkaar maar toe, zing dat voor elkaar als de<br \/>\n\u00e9\u00e9n of de ander dat kwijt is en laat het dan ook hartstochtelijk<br \/>\nklinken: Dat geeft kracht, dat God de Lijdende mens, dat God ook ons, verhef<br \/>\nuit de diepte, in de hoge.<\/p>\n<p><i>Das ist das wichtigste<span style=\"font-size: large;\">: Gott schafft<br \/>\nKraft<\/span><span style=\"font-size: medium;\">. Und deshalb ist \u0092s so schwierig, wenn das<br \/>\nfehlt &#8211; die Kraft zum Leben, die Kraft zum Glauben. Paulus weiss Bescheid, und<br \/>\nauch er kann nicht anders als sich auf den Grundton zu verlassen, das Einzige<br \/>\ndas bleibt: es ist keine Kraft der Menschen, aber die Kraft Gottes, der in<br \/>\nChristus am Werk war. Singt das fuer einander, Gott erhebt aus der Tiefe des<br \/>\nTodes, hebt auf unser Herz zu ihm. <\/span><\/i><\/p>\n<p>En daarom komt het hemelse visioen van Paulus in het slotakkoord<br \/>\nsteeds dichterbij. En wat zo mooi is, dan gaat het niet meer over de hemel,<br \/>\nmaar dan maakt hemelse muziek deel uit van de aarde. Want Hij die het hoofd van<br \/>\nde hele kosmos is, is het hoofd van de gemeente op aarde. Ze horen bij elkaar,<br \/>\nhemel en aarde, hoofd en lichaam. Hij kan niet zonder ons en wij kunnen niet<br \/>\nzonder Hem.<\/p>\n<p><i>Der Schlussakkord zeigt ein himmlisches Bild. Aber das<br \/>\nWunderbare ist, dass eben die himmlische Musik jetzt Teil der Erde ist. Das<br \/>\nHaupt dieses Kosmos ist das Haupt auch der Erde. <\/i><\/p>\n<p>Die verbondenheid vieren we ook vandaag. Want het lied van de<br \/>\nhemel is het lied op de aarde. Het lied van de strijd is het lied van de<br \/>\noverwinning. En het lied op aarde wordt gehoord in de hemel.<\/p>\n<p><i>Das Lied im Himmel ist das Lied auf der Erde. Das Lied des<br \/>\nStreits ist das Lied des Sieges. Und das Lied, den Schrei auf der Erde, hoert<br \/>\nman im Himmel. <\/i><\/p>\n<p>Aan het einde van deze muziekis het stil. Een moment, voor het<br \/>\napplaus en geroep begint. Maar het is dat moment, na de laatste toon, e pauze<br \/>\ntussen de muziek van deze woorden en de reactie van de mensen, dat we proeven<br \/>\nde heiligheid en de nabijheid van God. Is het dan raar, dat we kwamen als<br \/>\npubliek, maar weggaan met een melodie in ons hart? Luister dan maar naar die<br \/>\nstem in je eigen hart, want dan wordt het jouw muziek, die met je meegaat,<br \/>\nzoals de kracht van God.<\/p>\n<p><i> Am Ende dieser Musik nicht gleich der Beifall. Es kommt die<br \/>\nHeilige Pause, Stille, im Moment zwischen der Musik dieser Worte und der<br \/>\nReaktion der Menschen, dass wir pruefen &#8211; die Heiligkeit Gottes, die Naehe des<br \/>\nHerrn. Wie Publikum sind wir gekommen, wie Teilhaber fortgegangen. Hoere auf<br \/>\ndie Stimme im eigenen Herze, es wird deine Musik, die dich begleitet wie die<br \/>\nKraft Gottes. <\/i><\/p>\n<p>AMEN<\/p>\n<hr \/>\n<p>Ciska Stark<br \/>\n<a href=\"mailto:f.stark@mdw.vu.nl\">E-Mail:<br \/>\nf.stark@mdw.vu.nl<\/a><\/p>\n<p><a name=\"top\"><\/a><\/p>\n<p><noscript><\/p>\n<p><img decoding=\"async\" src=\"http:\/\/breu.de\/cgi-bin\/01mcco.pl?j=1&amp;bn=neukirch&amp;f=000130-nl.html&amp;r=r1\"\/><\/p>\n<p><\/noscript><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>4. Sonntag nach Epiphanias | 30.1.2000 | Epheser 1,15-20a | Ciska Stark | Preek over Efese 1:15-23 Gemeente van de Heer Jezus Christus, In Efese houdt men van zijn theater. Graag gaan de mensen erheen, -een middagje \u0091uit\u0092- om het spel van liefde en tragiek te zien en te horen. Als de mensen kijken en [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":8543,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[45,1,727,157,1685,374,349,669,3,109],"tags":[],"beitragende":[],"predigtform":[],"predigtreihe":[],"bibelstelle":[],"class_list":["post-8583","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-epheser","category-aktuelle","category-archiv","category-beitragende","category-ciska-stark","category-kapitel-01-chapter-01-epheser","category-kasus","category-letzter-so-n-epiphanias","category-nt","category-predigten"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/8583","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=8583"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/8583\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":23247,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/8583\/revisions\/23247"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/media\/8543"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=8583"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=8583"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=8583"},{"taxonomy":"beitragende","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/beitragende?post=8583"},{"taxonomy":"predigtform","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/predigtform?post=8583"},{"taxonomy":"predigtreihe","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/predigtreihe?post=8583"},{"taxonomy":"bibelstelle","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/bibelstelle?post=8583"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}