{"id":9175,"date":"2002-11-07T19:49:58","date_gmt":"2002-11-07T18:49:58","guid":{"rendered":"https:\/\/theologie.whp.uzh.ch\/apps\/gpi\/?p=9175"},"modified":"2025-04-19T16:50:42","modified_gmt":"2025-04-19T14:50:42","slug":"genesis-18-16-33-2","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/genesis-18-16-33-2\/","title":{"rendered":"Genesis 18, 16-33"},"content":{"rendered":"<h3><span style=\"color: #000099;\">23. Sonntag nach Trinitatis | 3. November 2002 | 1. Mose 18, 16-33 | Ed Noort |<\/span><\/h3>\n<p>Gemeente van onze Heer Jezus Christus,<\/p>\n<p>Abraham de sjacheraar. Samen met God op de veemarkt van leven en dood.<br \/>\nDe inzet: steden en hun inwoners, die het verbruid hebben. Steden waarvan<br \/>\nde namen tot op de dag van vandaag de geur van slechtheid en ondergang<br \/>\nmet zich meedragen: Sodom en Gomorra. Een verhaal over Abraham, die merkwaardige<br \/>\ntochtgenoot, wiens verhalen zo aanstekelijk werkten, dat zij in Oude en<br \/>\nNieuwe Testament en in de Koran terecht zijn gekomen. Abraham, vader der<br \/>\ngelovigen voor Joden, Christenen en Moslims.<\/p>\n<p>Abraham onderhandelt hier met God als een marktkoopman. En God doet mee,<br \/>\nin het begin met veel overleg en veel bombarie: &#8222;Laat ik Abraham<br \/>\nmaar vertellen wat ik van plan ben.&#8220; (V.17). Ik wil weten hoe het<br \/>\nnu echt zit met die steden. Nu wil ik er het fijne van weten&#8220; (V.21),<br \/>\nlater steeds stiller en toegevender. Onderhandelingen met een hoge inzet,<br \/>\nhonderden, misschien wel duizenden levens. Maar dat is eigenlijk alleen<br \/>\nmaar het voorbeeld, want hier staat nog veel meer op het spel. In deze<br \/>\ngelijkenis gaat het om de <b>gerechtigheid van God zelf<\/b>, om het recht<br \/>\nvan de &#8222;rechter van de hele aarde&#8220;. Gods Godzijn staat hier<br \/>\nop het spel en wij mogen toekijken hoe Abraham God heel beleefd in het<br \/>\nkruisverhoor neemt.<\/p>\n<p>Waar zijn we? We hebben net het verhaal gehad over God en zijn boodschappers,<br \/>\ndie Sara en Abraham een kind beloven. Iets zo onmogelijks dat zelfs Sara<br \/>\nerom lachen moet. Maar de zin die beide verhalen in dit hoofdstuk overspant,<br \/>\ntrilt nog na: &#8222;Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn? (V.14a)<br \/>\nOnder dat motto staat ook de tekst van vanochtend. Want al lijkt het lot<br \/>\nvan Sodom en Gomorra allang besloten te zijn hier wordt het verhaal weer<br \/>\nhelemaal opgengegooid: &#8222;Ik wil nederdalen om te zien of zij inderdaad<br \/>\ngedaan hebben naar het geroep dat tot mij gekomen is, of niet: Ik wil<br \/>\nhet weten!&#8220; (V.21) En tegen wie vraagt of God dat niet allang weet,<br \/>\nof Hij niet almachtig is, of hij nog wel God is als hij eerst eens moet<br \/>\ngaan kijken, maken we lekker een lange neus. Laat maar wijsneus, veelvraag.<br \/>\nOm de almacht van God gaat het hier niet. Hier gaat het om iets anders.<br \/>\nGod gaat letterlijk poolshoogte nemen. &#8222;Want het geroep is tot hem<br \/>\ngekomen&#8220;. Wat of wie roept tot God? In de bijbel is dat altijd onschuldig<br \/>\nvergoten bloed, zoals dat van de doodgeslagen Abel, of het bloed van de<br \/>\nonschuldig vervolgde Job, d\u00e1t bloed schreeuwt naar God. Slachtoffers<br \/>\nhebben nog een stem, zelfs de slachtoffers in Sodom en Gomorra.<br \/>\nHier gaat het niet om het weten of niet-weten in onze zin, het gaat niet<br \/>\nom de kennis van God, niet om de dogmatiek van wat hij kan, maar om zijn<br \/>\nalles doorbrekende betrokkenheid. Waar slachtoffers zijn, is God erbij<br \/>\nbetrokken. Daar is geroep niet tevergeefs. Dan komt hij eraan.<\/p>\n<p>Zo neemt het verhaal zijn loop (V.22). In uw vertalingen staat: &#8222;en<br \/>\nAbraham bleef voor God staan&#8220;. Maar dat is een door schriftgeleerden<br \/>\nverbeterde tekst. Hebreeuwse handschriften laten zien dat er eerst wat<br \/>\nanders stond: En God bleef voor Abraham staan&#8220;. Dat vonden geleerden<br \/>\nniet eerbiedig genoeg en ze draaiden het om. Abraham gaat op God af en<br \/>\nniet omgekeerd Maar zo stond het er wel: God zelf neemt het initiatief.<br \/>\nHij blijft voor Abraham staan. Kom maar op, je hebt vast nog wat te zeggen:<br \/>\nKom maar op, ik ben hier, ik luister. God moedigt Abraham als het ware<br \/>\naan zijn pleidooi voor te dragen. Hij wacht als het ware op Abraham. En<br \/>\ndie laat niet lang op zich wachten: &#8222;Als er nu 50 rechtvaardigen<br \/>\nzijn, wilt u dan die stad ook verdelgen? Want dan scheert u allen over<br \/>\n\u00e9\u00e9n kam. Dan is eigenlijk het lot van de rechtvaardige gelijk<br \/>\naan dat van de misdadiger. Kunt u niet vergeving schenken ter wille van<br \/>\ndie 50?&#8220;. En de vraag die daar achter zit, is: wat kan in deze moeilijke,<br \/>\nverrrotte wereld waar het ik, ik, ik voorop staat, eigenlijk &#8222;rechtvaardig&#8220;<br \/>\nheten. De verzuchting van Pilatus: wat is waarheid, wordt eeuwen vroeger<br \/>\ndoor Abraham gesteld: wat is in deze wereld nog rechtvaardig?<\/p>\n<p>Hier komt naar voren wat een bijbels motief zal blijken te zijn: <b>liefde<br \/>\nvan weinigen is in staat de hardheid van velen te breken<\/b>. Er zijn<br \/>\ner maar 50 nodig en de hele stad is gered. En dan begint het onderhandelen<br \/>\nZou God zijn genade en zijn barmhartigheid niet de voorrang willen geven<br \/>\nook als er nog vijf aan ontbreken?. Als er maar vijf enveertig zijn? Of<br \/>\nmisschien veertig, of misschien, dertig, of misschien twintig, of misschien<br \/>\ntien? En steeds is het monotone antwoord hetzelfde. God zal de hele stad<br \/>\nsparen als er maar 45,40,30,20, of zelfs tien zijn. Met elke stap wordt<br \/>\nde kracht van mensen die liefdevol handelen, die omzien naar hun naasten,<br \/>\nwant dat dat is hier de betekenis van rechtvaardig zijn, groter en groter.<br \/>\n<b>Voor het doorgaan van het leven zijn er maar tien nodig, die naar hun<br \/>\nmedemens omzien, <\/b><\/p>\n<p>Daar is de streep bereikt. Abraham houdt op en God houdt op. En alle<br \/>\nnieuwsgierige uitleggers hebben zich afgevraagd, waarom tien? Waarom niet<br \/>\nnog om vijf vragen? Fantasierijke bijbelgeleerden hebben het uitgerekend.<br \/>\nHeel eenvoudig. Tel maar na: Noach en zijn vrouw dat waren er twee, drie<br \/>\nzonen Sem Cham en Jafeth en hun vrouwen dat zijn er acht. En al waren<br \/>\ndie rechtvaardig, dat heeft de zondvloed niet tegengehouden.Vanuit de<br \/>\nzondvloedverhalen is acht niet voldoende. En zo zijn er nog meer mooie<br \/>\nverhalen<br \/>\nLaten we maar gewoon zeggen dat we het niet weten en ergens in het achterhoofd<br \/>\nhouden dat de nieuwtestamentische verhalen dat nog eens radicaliseren<br \/>\nen dat daar \u00e9\u00e9n rechtvaardige voldoende is om de last en<br \/>\nde schuld van de anderen te dragen.<\/p>\n<p>Maar die tien worden in Sodom en Gomorra niet gevonden en een tweede<br \/>\nzondvloed van vuur daalt neer over de steden, zegt de verteller. Zijn<br \/>\nzulke verhalen heimwee van het geloof? Dat alles doorzichtig en ordelijk<br \/>\ngeregeld is? Dat misdadigers gestraft en rechtvaardigen gered worden?<br \/>\nDat in deze verwarrende wereld waar goed en kwaad zo ondoorzichtig door<br \/>\nelkaar lopen krachtig ingegrepen wordt? Dat zal wel de oorsprong zijn<br \/>\nmaar het gaat hier om iets anders en eigenlijk ook om iets heel eenvoudigs:<br \/>\nGod laat zich ompraten, hij wil gevraagd zijn, hij wil zich inlaten met<br \/>\ndie sjacheraar van een Abraham. Hij zit er als het ware op te wachten<br \/>\nom zijn liefde en zijn trouw de voorrang te geven boven wat wij gerechtigheid<br \/>\nnoemen. God is verrassender dan wij denken.<\/p>\n<p>En dan Abraham. Is hij bezorgd om die rechtvaardigen die eventueel ook<br \/>\nin de vuurzee van Sodom om zullen komen? Neen, het gaat hem steeds om<br \/>\nSodom. &#8222;Zult gij <b>de<\/b> <b>stad<\/b> ook vernietigen wanneer er<br \/>\nmaar 30,20 10 rechtvaardigen zijn?&#8220; Niet: &#8222;Denkt u er wel even<br \/>\naan op tijd de rechtvaardigen uit Sodom eruit te halen?&#8220; Abraham<br \/>\npleit hier voor die hele misdadige kliek in Sodom. Hier durft er eentje<br \/>\nte zeggen: &#8222;Als er naast al die anderen nu maar een paar gevonden<br \/>\nworden die proberen in dienst aan hun medemens te leven, wilt u dan niet<br \/>\nde hele stad vergeven? Tien redden een hele stad. Hier lijden niet zoals<br \/>\nmeestal de goeden met de slechten, maar omgekeerd, de slechten worden<br \/>\ngedragen, in leven gehouden door de goeden. Soms kan een kleine minderheid<br \/>\ngistend werken.<\/p>\n<p>Die tien rechtvaardigen uit Sodom, soms schrik ik daar wel van. Dan denk<br \/>\nik, zouden er bij ons tien gevonden worden, als het om ons overleven gaat?<br \/>\nAch, wij zijn natuurlijk allemaal keurige mensen. We voelen ons geen Sodomietjes<br \/>\nof Gomorriaantjes. En ik zal de laatste zijn om u dat aan te praten. En<br \/>\ntoch\u0085die inwoners van Sodom en Gomorra zijn &#8217;s ochtends niet opgestaan<br \/>\nmet de gedachte: &#8222;Laten we vandaag eens iets lekker slechts doen\u0085.&#8220;<br \/>\nZij deden gewoon wat alle anderen ook deden. Zij pasten zich aan. Meedoen<br \/>\nmet dat waarvan iedereen zegt dat het normaal is, meelopen met de menigte.<br \/>\nHet warme badgevoel van de groep, waarin we meedeinen. Wat draagt ons<br \/>\ndan nog als we daarmee de fout ingaan? In ons verhaal: het gebed, de voorbede<br \/>\nvan anderen. Misschien zijn wij in leven omdat anderen voor ons bidden,<br \/>\nomdat anderen voor ons instaan, omdat er sommigen zijn die onzelfzuchtig<br \/>\nmet hun wereld en hun medemensen omgaan. Misschien dragen voorbeden meer<br \/>\ndan wij denken.<\/p>\n<p>Die tien rechtvaardigen, die Sodom gered zouden hebben, soms vind ik<br \/>\ndat hoopgevend. Wij zijn in de kerk langzamerhand in een soort zelfbeklag<br \/>\nvervallen. Je kunt geen krant of tijdschrift opslaan of het gaat allemaal<br \/>\nzo slecht. De kerk vergrijst, de jeugd loopt weg, het is allemaal anders<br \/>\ndan vroeger. Maatschappelijk loopt de kerkelijke invloed terug, bestuurlijk<br \/>\ndreigen we een kerk met een waterhoofd te worden en al dan niet geburnt-outete<br \/>\ndominees zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Kerk is out. Definitief<br \/>\nout. Dan droom ik van een kleine kerk, \u00e9\u00e9n die veel kleiner<br \/>\nis dan die van nu. Een huis, een tehuis, een soort Gideonsbende. En of<br \/>\nje die nu die 10 rechtvaardigen zou moeten noemen weet ik ook niet zo<br \/>\nprecies. Maar een kerk als gemeenschap die durft te zoeken en te vragen.<br \/>\nDie zich niet krampachtig vastklampt aan wat was, maar die opnieuw leert<br \/>\nzoeken en vragen waar zij voor staan. Die putten kan uit het verleden,<br \/>\ndie nieuwsgierig blijft naar de woorden die haar toevertrouwd zijn, maar<br \/>\ndie verkramping aflegt en fantasie toelaat, en die niets meer vanzelfsprekend<br \/>\nvindt. Die misschien heel anders over God spreekt dan in de taal van de<br \/>\nvaderen, maar wel verrassende woorden vindt, die mensen bevrijden, laten<br \/>\nleven &#8212; en waarmee ze kunnen sterven. Misschien zijn ze dan meer dat<br \/>\nzoutende zout uit het Nieuwe Testament dan de tien rechtvaardigen uit<br \/>\nde onderhandelingen van Abraham. Maar dat geeft niet. Want het eigenlijke<br \/>\nverbazingwekkende van dit verhaal is toch dat Abraham God als het ware<br \/>\nuitnodigt de weegschaal van gerechtigheid en barmhartigheid ver naar de<br \/>\nkant van de barmhartigheid te laten doorslaan.<\/p>\n<p>Hij kan eigenlijk ook niet anders zegt die andere tekst die we gelezen<br \/>\nhebben, de brief aan Timotheus. Weet u nog hoe die vreemde laatste zin<br \/>\nluidde, na die bewering dat het woord van God niet geboeid kan zijn, dat<br \/>\nverbazingwekkende slot: &#8222;indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw<br \/>\n, want Zichzelf verloochenen dat kan Hij niet&#8220; Dat is geen vrijbrief<br \/>\nvoor ons omdat vergeven tot het beroep van God behoort. Het is verbazing,<br \/>\ndat wij altijd thuis kunnen komen, hoe en waar dan ook. Als je terugkijkt<br \/>\nnaar die God die eens ging kijken hoe het er in Sodom voorstond en daarmee<br \/>\nvertellend zijn almacht op het spel zette, kun je zeggen: <b>God almachtig:<br \/>\nhelemaal niet. Zijn almacht, en de hele portie gerechtigheid daarin, legt<br \/>\nhet altijd af tegen zijn liefde en trouw. <\/b><\/p>\n<p>AMEN.<\/p>\n<hr \/>\n<p><b>Prof.Dr.Ed Noort, Groningen, NL<br \/>\n<a href=\"mailto:e.noort@theol.rug.nl\">e.noort@theol.rug.nl<\/a><\/b><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>23. Sonntag nach Trinitatis | 3. November 2002 | 1. Mose 18, 16-33 | Ed Noort | Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Abraham de sjacheraar. Samen met God op de veemarkt van leven en dood. De inzet: steden en hun inwoners, die het verbruid hebben. Steden waarvan de namen tot op de dag van [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":8543,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[4,2,727,157,853,108,1690,338,349,115,109],"tags":[],"beitragende":[],"predigtform":[],"predigtreihe":[],"bibelstelle":[],"class_list":["post-9175","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-genesis","category-at","category-archiv","category-beitragende","category-bibel","category-current","category-ed-noort","category-kapitel-18-chapter-18-genesis","category-kasus","category-other-languages","category-predigten"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/9175","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9175"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/9175\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":22965,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/9175\/revisions\/22965"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/media\/8543"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9175"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=9175"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=9175"},{"taxonomy":"beitragende","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/beitragende?post=9175"},{"taxonomy":"predigtform","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/predigtform?post=9175"},{"taxonomy":"predigtreihe","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/predigtreihe?post=9175"},{"taxonomy":"bibelstelle","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.theologie.uzh.ch\/apps\/gpi\/wp-json\/wp\/v2\/bibelstelle?post=9175"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}